bijlage 18.2.a " Planeetsymbolen" bij tekst
18.2 Planeetbetekenissen als exponent van de Aarde
(ook bijlage bij 22.17.a bij tekst
22.17 De Maan en wat een satelliet positie meebrengt)
Over Prototypen en zinnebeelden
Over Prototypen en Zinnebeelden
Het symbool staat voor de werkelijkheid. We kunnen daarom het symbool opvatten als een prototype, als een vóórvorm, datgene dus dat aan de gerealiseerde werkelijkheid vooraf gaat. Ook bij de verkenning van de Maan komen hierover te spreken.
De prototypen waarover we eerder bij de planeetsymbolen spraken worden in het stoffelijk gebied ook als vorm gekend. De Ankh en de Swastika zijn twee voorbeelden hiervan. Als bouwstenen van de schepping geven zij uitdrukking aan een levende werkelijkheid die (vermoedelijk) achter de verschijnselen ligt. Hoewel zij dus in de concrete gebieden vorm aannemen ligt de levenszijde waarop zij feitelijk verblijven buiten het bereik van het Ik en daarmee ook buiten tijd en ruimte. Deze levende bouwstenen staan dan ook niet bloot aan desintegratie. De entropie heeft geen vat er op. Evenals wiskundige structuren kunnen zij niet worden vernietigd.*
In het vormgebied van de Maan, dus in het astrale en mentale lichaam, doen zich ook levende vormen voor. Op hun beurt krijgen deze hun levenskracht uit de respectievelijke etherische dubbelen van deze beide lichamen.* Hier gaat het dus om de vóór-vormen voor de fenomenen in de ziel. De bekendste hiervan zijn de beelden die in onze eigen dromen verschijnen en in groter verband de archetypen van Jung in het collectief onbewuste. In tegenstelling tot de symbolen waarop hiervoor werd gedoeld doen deze zich, wanneer zij in de stof worden uitgebeeld, niet in een vaste vorm voor. Een archetypische heks kan bijvoorbeeld op vele verschillende manieren worden uitgebeeld: een magere oude vrouw kan net zo goed als rolmodel dienen als een mollig, meer vitaal type. Maar ook een jonge schoonheid kan deze rol vervullen. Zelfs een enkele blik in de ogen kan al genoeg zeggen. Het uiterlijk van het archetype kan dus variëren zolang dat maar geassocieerd kan worden met de rol die het temidden van andere meespelende krachten vervult.
Met het begrip “Zinnebeeld” doel ik op een inhoudelijke verschijning die afkomstig is uit een andere dimensie dan die van ons concrete gebied of het persoonlijke of collectieve zieleveld. In deze andere dimensie leidt niet invulling van de rol tot het resultaat, maar de vorm zelf; deze vorm is absoluut in zijn uitbeelding.
Een swastika bijvoorbeeld heeft zijn eigen, niet-variabele vorm. De uitwerking ervan is concreet en waardevrij, dat wil zeggen vrij van een vooropgesteld doel of ethisch motief. Immers de vorm verblijft op een gebied dat boven het gebied ligt van de keuze tussen goed en kwaad, dus boven de dualiteit. In dit gebied bevindt zich o.a. ook de beeldentaal van de Dierenriem, als een levende werkelijkheid. Deze dimensie is nadrukkelijk niet dezelfde als die van onze nachtelijke dromen en van de archetypen van Jung. De dimensie waar de zinnebeelden verblijven betreft juist niet het zieleveld, niet het persoonlijke noch het collectieve. Zij genereert de prototypen als magnetische bouwstenen van de schepping, waarvan een bovenpersoonlijke ordenende en ook levenwekkende werking uitgaat. Deze inwerking draagt een objectief karakter. Hetzelfde geldt o.a. voor mantra's.
Over deze vormende inwerking zou nog wel meer gezegd kunnen worden. Voor het moment wil ik echter volstaan met erop te wijzen dat, hoewel deze dimensie zich niet bevindt in de persoonlijke gebieden, en de kenmerken draagt van het objectieve, deze toch niet algemeen, maar alleen per individu toegankelijk is. Het voertuig daarvoor wordt gevormd door ons eigen Maanlichaam dat zich hiertoe heeft hervormd, zoals dat mogelijk is vanuit het Es.
-.-.-.-.-.-
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,